Winter op het werk in juni

Bijgewerkt op: 8 mei
Het is niet mijn gewoonte om op een doordeweekse dag te gaan uitwaaien aan zee, maar waar het dipje diep en de nood hoog is, lijkt zilte zeelucht plots dichtbij. Ik spreek af met een vriend die in Oostende woont. Hij is zelfstandig tuinier, heeft vandaag geen opdrachten op de agenda en kan tijd voor me vrijmaken.
Hannes verwelkomt me in zijn appartement achter de zeedijk met een kopje koffie. Op het toilet verwelkom ik mijn regels. Het is het startschot van de winter voor wie de cyclus van de vrouw wil vergelijken met seizoenen.
Na de strandwandeling heb ik nood aan rust. In de living staat een papasan-zetel. Opgerold tot een bolletje pas ik er perfect in. 'Op je lijf gemaakt', zegt Hannes.
Een middagdutje later ben ik klaar voor de terugtocht naar Gent, met de eindmeet van mijn eigen zetel voor ogen.
Herfst, winter, lente, zomer, herfst

Ik tel zesendertig dagen na de start van mijn vorige cyclus, wat uitzonderlijk lang voor me is. Dit betekent dat ik er een herfst op zitten heb van wel tweeƫntwintig dagen.
De herfst vind ik de moeilijkste periode, ik voel me dan het meest neerslachtig. Gemiddeld duurt die veertien dagen, van eisprong tot start van de volgende cyclus. Soms heb ik de volle veertien dagen last van zodanig pijnlijke borsten dat ik die twee gespannen klompen klieren moet vasthouden wanneer ik een trap afga en kasseien vermijd op de fiets. Of/En ben ik veertien dagen lang diep neerslachtig en zwaar vermoeid; huishouden en eten maken schieten erbij in en komen integraal op de takenlijst van mijn lief.
Telkens na die minstens veertien dagen herfstigheid is het uitkijken naar de start van mijn regels. Al betekent dit natuurlijk weer andere ongemakken. Het is het seizoen van de winter en 's winters rijst het risico op hersenmist, migraine met overgeven en lichamelijke uitputting. Blijven vervelende en pijnlijke winterkwalen uit, dan voel ik plotsklaps een mentale opluchting en omkanteling; alsof iemand in mijn hoofd letterlijk de knop omdraait. Even kan het dan windstil zijn. Na twee of drie dagen breekt de lente aan en bloei ik mentaal en lichamelijk weer helemaal op tot mijn volwaardige zelf.
Eerste volle winterdag
De dag na de strandwandeling is vrijdag, werkdag, en de eerste volwaardige dag van mijn regels. Waar ik normaal gezien rustigaan de stapjes van mijn ochtendritueel doorloop, sta ik deze morgen in hypermodus: ik start met een opera-aria voor de kat, veeg eerst nog de keuken schoon, maak dan mijn yoghurt met muesli en allerlei klaar, zet een koffie, overval mijn wakker wordend lief met een stroom aan vragen, en kook uiteindelijk water voor de warmwaterkruik. Ik plof vermoeid van mezelf, en helaas volledig uitgeput, neer aan tafel, met enkel de kruik op mijn buik en een glas water met een pijnstiller.
Op het werk scrol ik doorheen de nieuwe mails en die met vlaggetjes. Dit is altijd het eerste wat ik doe: een zicht krijgen op wat ik gemist heb de vorige dag. Wat zijn nieuwe taken, wat had ik al gepland om te doen, alles samenleggen en mijn prioriteiten stellen voor de komende zeven tot acht uur.
Ik merk meteen dat het zo een dag is die ook mentaal mijn dag niet is. Ik steek mijn Loop oordoppen in. Die eerste werktaak duurt zo'n twee uur, terwijl ik op een normale dag hiervoor aan een half uur genoeg heb. Ik lees woorden en afzenders, maar meer dan dat gebeurt er niet meteen in mijn brein. Het verwerken van de informatie gaat moeizaam: van woorden zinnen maken die een betekenis hebben en begrijpen wat ermee te doen, wat de vragen zijn die eruit komen, of wat de acties zijn die van me verlangd worden. Ik moet me enorm concentreren om al deze betekenissen te kunnen vormen en vatten. Mijn hoofd voelt als ƩƩn grote mistwolk. De stemmen van collega's komen hard binnen; het maakt het denkproces nog moeilijker.
Wanneer ik mijn prioriteiten en to do's zo goed als mogelijk heb bepaald, en in de fase zit dat ik al wat taken aan het uitvoeren ben, komen emoties die ik bij een bepaalde mail voel zeer hard binnen. Boven mijn hoofd werd beslist dat een collega een opdracht die ik startte, zal afhandelen. Ik begrijp niet wat er aan deze mail is vooraf gegaan, en de boosheid die in me naar boven komt, haalt de bovenhand. In andere omstandigheden zou ik hier niet zo zwaar aan tillen, gewoon aanvaarden wat is. Vandaag voel ik me zeer geĆÆrriteerd hierover.
Een collega waar ik me goed bij voel gaat in middagpauze, en ik schuif mee aan de volle eettafel. Een gesprek links van me tussen drie collega's, een gesprek rechts van me tussen twee collega's en aan de overkant een gesprek tussen nog eens twee collega's. We zitten krap opeen. Gesprekken en luide vrouwenstemmen lopen door elkaar en komen allemaal tegelijk bij me binnen.
Mijn energie loopt leeg in het buitensluiten van wat ik ervaar als storend lawaai. Maar ik kan me nog altijd niet genoeg afsluiten ervan. Ik kan niet anders dan weggaan van mijn plek en aan een tafel apart te gaan eten. De stemmen blijven luid en de gesprekken gaande.
Van zodra mijn opgewarmde restje spaghetti op is, ga ik naar buiten voor een wandeling, door mijn koptelefoon klinken ambient en bĆØta-beats van Brian Eno. In een park naast ons gebouw staat een schommel. Twintig minuten schommel ik hangend de spanning uit mijn spieren. Ook emoties voel ik zakken en kalmeren.
Terug op het landschapskantoor, houd ik de koptelefoon aan. Ik vond een stukje van mezelf terug op de schommel en probeer het op deze manier vast te houden.
De lente breekt aan
Iets na half vier voel ik, opnieuw als in een vingerknip, de wolk in mijn hoofd opklaren. De winter was kort en geeft ruimte aan de lente. Leegte in mijn hoofd maakt plaats voor denkkracht, emoties zijn gezakt en er is ruimte gekomen om te communiceren met de collega's. Pas nu kan ik terug communiceren, uitleggen dat ik me vandaag slecht voelde. Ik sla wel nog een glas water om, gelukkig net niet over de laptop, en aanvaard dit voorval van slechte coƶrdinatie voor wat het is. Vermoeid en opgelucht dat mijn hoofd opnieuw wat helder is, rond ik de taak af waar ik aan bezig ben, en leg mijn to do's vast voor de volgende werkdag.
Ik fiets naar huis, het weekend tegemoet. Een weekend zonder afspraken. Ik kan zoveel chillen en recupereren als ik wil. Geen verwachtingen om aan te voldoen, leven volgens de noden van mijn lichaam. De vrijheid waar ik zo vaak echt zo nood aan heb.



Mooi en herkenbaar!